Het was middag. Regen sloeg venijnig tegen de ramen in de werkkamer: grote, grillige druppels liepen in bijna achteloos slenterende stroompjes naar beneden en belemmerden het zicht op de winkelstraat. Niet dat daar veel te zien viel op dit moment, het winkelende publiek was in geen velden of wegen te bekennen. Met een schuin oog keek ik naar de stapel papier op het bureau. Het was perfect weer om mijn redactiewerk voor de Kapper te doen.
Terwijl hond Totó in zijn mand lag en droomde over de voorbije zomer op Vlieland, werkte ik in een gestaag tempo door aan het nakijken van de teksten. Intussen peinsde ik over een titel voor de nieuwe rubriek met dronefotografie. Werd dat ‘Velde ván bouve’ of Ván ónder wies bouve’? Ik legde de kwestie voor aan mijn collega’s in de groepsapp van de redactie van de Kapper. Op het scherm van de grote iMac stond de prachtige foto van de rotonde van Velden. Onze nieuwe dronefotograaf Bas Erren had goed werk verricht: de foto was niet alleen loeischerp, er viel zoveel op te zien dat ik er uren naar kon kijken.
Inmiddels was ik aangekomen bij het artikel van Willem Koopmans over ‘de Battle of the Zekses.’ Zijn inleiding was zo beeldend dat ik in vertraagde, filmische plaatjes voor me zag hoe ik joelend deze trofee won, waarbij het publiek mijn naam scandeerde en we vervolgens in polonaise door de straten van Velden trokken. Toen viel mijn blik op het woord ‘penantiewedstrijd’. In één tel stond de hele polonaise stil: hoe kon het dat Willem, die een reputatie had in teksten foutloos afleveren, dit woord verkeerd schreef? Met een bedroefd schrijvershart corrigeerde ik het woord, het bleef echter rondzingen in mijn hoofd. Totdat ik de website van Stichting Veldense Volkscultuur raadpleegde: tot mijn grote vreugde bleek het niet verkeerd geschreven, maar het dialectwoord voor ‘penalty’ te zijn! Juichend zette ik het terug in de oorspronkelijke betekenis en besloot wat rond te neuzen op de woordenlijst Veldens-Nederlands.
Afkomstig uit het zuiden van het land, met een vader die daar dan wel zijn roots had maar met een moeder die als schipperskind haar oorsprong in Rotterdam had, werd er thuis nooit dialect gesproken. Toen ik op jonge leeftijd naar Maastricht verhuisde kwam ik in een studentenhuis terecht waar Frans, Engels en Spaans werd gesproken, maar geen dialect. ‘Mestreechs’ dialect werd op de academie en later op de universiteit ook niet gesproken. Ik heb het dus nooit geleerd, ook niet in alle jaren dat ik nu in Venlo woon. Voel ik me daardoor een ‘boetestaonder’?
Ik versta het dialect goed, in hoeverre dat ik een gesprek al kan volgen dan, omdat ik slechthorend ben en daardoor veel mis. Als ik aan tafel zit met Kind een tot en met Vijf of ander gezelschap, voel ik me weleens een ‘boetestaonder’, omdat ik niet hoor waar het over gaat. De taal is dus niet van invloed op dit gevoel, of ik erbij hoor of niet. Dat is de manier waarom een mens met me omgaat of tegen me praat. Dan is het ook nog zo dat ik een autistische geest heb, waardoor ik gesproken woorden letterlijk neem. Grappen zijn aan mij niet besteed, daar heeft onze hoofdredacteur Pieter voor de krant ooit nog eens een stukje over geschreven in zijn rubriek (V)luchtig.
In de woordenlijst van de Stichting Veldense Volkscultuur waren heel wat woorden die mijn aandacht trokken en aan het denken zetten: ‘ónderliefke’ bijvoorbeeld. Bestaat er dan ook een ‘baoveliefke’? En hoe bijzonder is het dat we in het dialect maar één woord nodig hebben waar de Nederlandse taal er zes voor gebruikt? Dan heb ik het over ‘sjoenkele’ versus ‘arm in arm bewegen op muziek’. Opnieuw flitste het woord ‘boetestaonder’ door mijn hoofd. Als hiermee bedoeld wordt dat iemand niet bij de groep hoort, is een ‘binnestaonder’ dan iemand die er wél bijhoort?
Door de regen lag er een gedempt, grijze glinstering over de straat, een flauwe, laatste zonnestraal bracht de dag tot stilstand. De avond viel langzaam. In de groepsapp werd gekozen voor de naam ‘Velde van bouve’. Ik sloot mijn werk voor de dag af en liep met hond Totó naar buiten, de schemering van de stille uren in. Langs de rivier lagen grote plassen met water. Ik kon het niet laten, sprong er met grote passen overheen, draaide een pirouette, en sprong weer. Niemand die me zag, behalve de hemel. Ik lachte hardop en liep verder in de richting van restaurant Valuas, met mijn blik richting Velden.
Ik kies voor ‘binnestaonder’
Weer een fraai stuk van deze getalenteerde schrijfster.
Mooi verwoord! ‘Binnestaonder’ klinkt warm en verbindend❤️