Ik herinner me hoe ik op de rand van nu verlangde naar alles wat pas later vroeger was Ik leefde mijn droom aan deze kant van de wereld De tijd ver vooruit omhoogziend Ik droomde mijn leven Alles stond stil Bevroren, verloren was ik als een onsterfelijk standbeeld Ik leefde lang genoeg om te zien wat er er tussen mijn wimpers schemerde Ongemerkt verdween de horizon Zo begon mijn verleden Op de dag dat ik het licht aan stak en de duisternis alleen maar toe nam Het werd mijn laatste zomer Ik voorzag het, want de tijd herhaalde zich achterwaarts terwijl ik de toekomst uitwiste De eenvoud van mijn sterven is dat ik de dag hier niet meer beleef Verdwijn naar een terloopse verte aan de andere kant van de wereld Daar, waar het licht in de duisternis schijnt Alles wacht, en wat is, blijft Aan het einde ontstaat het begin
I