Vriendschap op Vrijdag - Verhalen

Mandy Emadi – De draaglijke lichtheid van mijn bestaan

In de jaren 90 was er een aanzienlijke groep Iraniërs die naar Nederland vluchtten. Een van hen kwam in de Achterhoek terecht en ontmoette een vrouw met wie hij zijn leven wilde delen. Ze kregen twee kinderen waarvan Mandy Emadi (Aalten, 2000) de jongste is.  Als kind maakte ze video’s waarin ze acteerde en presenteerde. Ook wilde ze dolgraag schrijver en psycholoog worden. Na de middelbare school rondde ze de opleiding Jeugdzorg af. Aansluitend studeerde ze Creative Business aan de Hogeschool van Amsterdam. Bij 3LAB van NPO Talent – dé plek waar jonge makers vernieuwende ideeën kunnen uitwerken – kreeg Mandy de kans om te laten zien wat ze in haar mars had. Dat resulteerde in ‘Papa is melk halen’, een documentaire waarin ze op integere wijze de relatie met haar vader beschrijft en onderzoekt.

Vraag een: wat is de huidige staat van je gedachten?

Als ik tracht woorden te geven aan ‘hier en nu’, zittend aan tafel in jouw huis in Venlo, dan flitsen talloze beelden van het afgelopen jaar door me heen. Door mijn werk als presentator, maker en reporter voor NPO 3FM heb ik veel gezien en meegemaakt. Het gekkenhuis bij het Glazen Huis tijdens 3FM Serious Request bijvoorbeeld. Hoe ik tijdens Pride Amsterdam voor het eerst als een trotse queer meevoer op de boot van de Lesbische Liga tijdens de Canal Parade. Hardlopend door de straten van Utrecht, samen met tien dokters om geld in te zamelen voor Spieren voor Spieren. En dan afgelopen zomer, hoppend van festival naar festival. Ik zag professionele strippers en paaldansers voorbijkomen tijdens Amsterdam Dance Event en nog geen maand later hield ik tijdens IDFA – het grootste documentairefilm festival ter wereld –  een granaatscherf uit oorlogsgebied in mijn hand. 

Een beeld uit mijn eigen leven dat grote indruk heeft gemaakt? De ondertekening van de koopakte van het huis dat mijn vriend en ik hebben gekocht. Last but not least: de enorme impact  van mijn documentaire ‘Papa is melk halen’. Het is ruim een jaar geleden dat deze in première ging. Ik ben tientallen interviews en honderden gesprekken verder. Nog steeds gaan er duizenden niet-uitgesproken beelden, woorden en gedachten door me heen. Die gedachten zijn beschouwend. Als een soort van wervelwind en een toestand van stilte en rust tegelijk. Ik weet dat ik diep van binnen niet langer hoef te verstoppen wat aandacht vraagt. Dat ik soms mijn gevoelens beter even niet kan uitpakken. Simpelweg omdat het teveel is om te dragen, of omdat iets anders meer prioriteit heeft. Ik kies bewust waar ik tijd en aandacht aan geef. Dát is de huidige staat van mijn gedachten. Hier en nu. 

Vraag twee: wat zie je als je in de spiegel kijkt?

Ik groeide op in de Achterhoek in een bicultureel gezin. Volgens mijn moeder was dat uniek, ik kon het niet goed plaatsen omdat ik voornamelijk witte mensen om me heen had. Mijn Iraanse identiteit was, en is, nog steeds iets wat ik aan het onderzoeken ben. Het christelijke geloof zat diep geworteld en het speelde een grote rol in ons leven. We reisden als zendingsfamilie naar landen als Dubai of Amerika waar mijn vader in kerken sprak. Mijn hele kindertijd lang kreeg ik te horen hoe mooi en dun ik was.  

Alles leek omgeven met een gouden randje, dit bleek echter klatergoud te zijn. Achter gesloten deuren gebeurde er nogal wat bij ons in huis. Er was veel verbaal geweld vanuit mijn vader naar ons, er werd echter nooit gepraat over wat dat deed: het gevoel erover, de emotionele terreur. Als kind en tiener begreep ik deze wreedheid niet, ik keerde dit alles naar mijzelf toe. Toen ik rond de twintig was kwam ik er tijdens traumatherapie achter dat ik als kind seksueel misbruikt ben. Nog steeds vind ik het moeilijk dit te geloven, terwijl ik diep van binnen voel hoe waar dit is. Het verklaart ook zoveel. Lange tijd heb ik vol zelfhaat gezeten. Ik moest wel een slecht mens zijn als anderen  zich zo naar mij gedroegen. Deze zelfhaat werd zo heftig dat ik ‘s nachts uit bed kroop omdat ik mezelf ervan had overtuigd het comfort van een bed niet waardig te zijn. Ik was een monster. 

Ik was depressief, suïcidaal, wilde door niemand echt gezien worden. Kreeg last van paniekaanvallen. Rond mijn twaalfde ontwikkelde ik een eetstoornis. Dat had niet alleen te maken met het minderwaardige gevoel dat ik over mezelf had. De puberteitshormonen die hun intrede deden zorgden voor een verandering in mijn lichaam die ik niet zelf in de hand had. Borsten, heupen: wat bleef er van me over als ik niet meer mooi en dun was? Dat mijn vader ons verliet toen ik 17 jaar was – door zonder ook maar iets te zeggen naar het buitenland te gaan –  maakte het er niet beter op. 

Het heeft uiteindelijk een tiental jaren geduurd om de eetstoornis achter me te laten. In tegenstelling tot het antwoord op de eerste vraag: ik heb géén honderden gesprekken hierover gehad. Het blijft altijd een kwetsbaar punt, iets waarvoor ik moet oppassen.  Een vraag bij de huisarts over mijn gewicht? Die triggert. Ik weeg mezelf al jaren niet meer, omdat ik die fixatie op dat getal op de weegschaal, en vooral hoe dat mijn stemming kon bepalen, niet meer in mijn leven wil. Wél gaan er, zeker wat betreft de gevolgen van het seksuele misbruik, nog duizenden niet-uitgesproken beelden, woorden en gedachten door me heen. Ik heb het deels achter me gelaten, waardoor het met eten best goed gaat. Mijn vriend is iemand die vanuit zijn attitude op een gezonde, bijna nuchtere manier met voeding omgaat. Dat helpt mij. 

Als ik nu in de spiegel kijk zie ik iemand die lief is. Aardig, vrolijk en vriendelijk. Voor zichzelf en anderen. Ik zie mijn speelsheid en ook het verdriet. Ogen als vensters van de ziel, dat zei Leonardo da Vinci. Ik zie de diepte en hoogte van het eerste kwartaal van mijn leven terug als ik mezelf aankijk. Demelancholie. Ik wend mijn blik niet meer af. Voor mijn werk sta ik de hele dag voor de camera. Ik bezie mezelf niet in termen van knap, mooi of aantrekkelijk. Dat is allemaal relatief. Ik zie mijn roots. Steeds meer. Ik zie wie ik ben. 

Vraag drie: als je in het donker tast om een antwoord te vinden, wat gebeurt er dan als je naar het lichtknopje reikt?

Met het licht aan kun je jezelf beter vinden dan in het donker. Als ik aan mezelf denk als een huis met vele ruimtes, dan is in sommige kamers het licht aan. In andere ruimtes heb ik het knopje nog niet gevonden. Of was het aan, maar is het licht wat gedimd. Ook zijn er kamers waarin het licht aan is, maar waar ik op een andere manier rondkijk. Voorbeelden? Ik ben publiekelijk uitgekomen als queer, waarmee ik bedoel dat mijn seksuele geaardheid niet zozeer ligt bij de traditionele norm man-vrouw, maar veel meer omvattend is. Daar is het lichtknopje ‘aan’ gegaan. Tegelijk ging het lichtknopje in het beleven en fysiek ervaren van seks, van ‘aan’ naar een soort dimmende stand. Dat heeft dan weer te maken met het feit dat ik de gevolgen van het seksuele misbruik nu pas aan het erkennen ben. In de kamer waar het geloof een grote rol speelde, waar het licht volop scheen, ben ik anders aan het rondkijken. Het heeft lang geduurd om mezelf van het geloof los te koppelen. Nu ik niet meer gelovig ben durf ik steeds meer met een onafhankelijke blik naar het christelijk geloof te kijken. Ik blijf theologie interessant vinden. 

Toen je vertelde dat je me als Maria wilde portretteren, vond ik het heel bijzonder dat jij dat beeld van Maria, dat pure en reine, zo sterk in mij zag. Toen ik nog christen was werd ik door mijn omgeving vaak puur en rein genoemd.  Dat was iets waar ik indertijd hard voor werkte. In mijn seksualiteit bijvoorbeeld, in mijn rol als vrouw, in het denken én spreken. Zacht wilde ik zijn, onbevlekt. Ik leerde dat alleen God je kon schoonspoelen en zonden vergeven.  Nu ik het geloof vanaf een afstand bekijk, zie ik dat ik zuiver en onbevlekt bén! Met of zonder God. Met of zonder seks. Met of zonder bepaalde rollen. Ik durf hierin steeds meer ruimte in te nemen. Voorheen kwam ik niet uit de kast. Ik wist namelijk wat mensen uit mijn oude omgeving hiervan vonden, wilde niet voor opschudding zorgen. Nu heb ik de moed gevonden om te zijn wie ik ben en laat het los wat anderen daarvan vinden. Dit hoort immers bij hen, niet bij mij. Als Maria poseren voor jouw lens voelde hierin als een grote stap. Ook dat je vroeg of ik mijn knuffel Aapie mee wilde nemen. Ik had altijd een aversie tegen volwassenen met knuffels, totdat mijn vriend drie jaar geleden Aapie voor me kocht in de kringloopwinkel. Inmiddels heeft Aapie het kind in mij een beetje geheeld.

Vraag vier: wat is het mooiste moment van de dag?

Toen ik een echte grotemensenbaan kreeg, nam ik een abonnement op de Volkskrant. Ik zag het helemaal voor me: op zaterdagochtend aan de keukentafel in ons nieuwe huis de krant lezen en koffie drinken. Dat is er helaas nog niet van gekomen, zo’n vast tijdstip in de dag is blijkbaar niet af te dwingen in mijn leven. De mooiste momenten zijn die waarop ik in verbinding ben met mezelf, de ander of de wereld. In mijn eentje dansen in de woonkamer, een kopje koffie halen met iemand, een wandeling maken door de natuur. Ik haal het ultieme geluk uit kleine dingen. De echtheid van iets, dát maakt het mooi. Een knuffel met een taxichauffeur, een korte ontmoeting met een camerapersoon uit mijn team. Het verbinden met mezelf, iets, of de ander: dat is het mooiste wat er is. 

Vraag vijf: als het leven vroeger heel lelijk kon zijn, hoe ziet het er later dan uit?

Het is een bittere pil als je, om welke reden ook, vanaf jonge leeftijd moeilijke en donkere dingen meemaakt. Veel mensen komen er nooit meer uit, dat vind ik intens verdrietig. Omdat mijn vroegste vroeger heel lelijk was, ontwikkelde ik tools om te overleven. Ik maakte de zwaarte – die in wezen ondraaglijk was – licht. En later? Dat is nu. Het leven is alleen maar mooier geworden door de draaglijke lichtheid van mijn bestaan.

Vraag zes: wat is je grootste extravagantie?

Boeken, boeken en nog eens boeken. Ik ben altijd filosofisch ingesteld geweest, dacht over alles na. Het is geen wonder dat ik vanaf jonge leeftijd gek was op lezen. Van mijn eerste loon kocht ik een boek van 40 euro. Voorheen was dat een groot bedrag, nu kan ik dat met een gerust hart uitgeven. Wat een boek met me doet? Ik leef mee met fictieve personages van wie ik het bestaan eerder niet kende, of ik leer iets over de cultuur uit andere landen. Door boeken kun je honderden levens leven, dat is zó waardevol. Of ik verdiep me in studieboeken en onderwerpen die mijn interesse hebben. En dan de kunst van mooie woorden en zinnen… Ik ben verzot op poëtische taal, als ik dat lees verdwaal ik in een andere wereld.

Vraag zeven: tijdens IDFA bezocht je de documentaire ’36.000 ways’ van voormalig oorlogscorrespondent Karim Ben Khelifa. De titel slaat op de pakweg 36.000 scherven waarin een oorlogswapen, zoals een bom of granaat, bij ontploffing uiteenspat. Soms met een dodelijke inslag, soms is de scherf niet meer dan een artefact uit een lang vervlogen tijd.  Welke scherven uit jouw oorlog draag je met je mee? 

Ik ben een mens met een meervoudig kindertrauma. Dat is een oorlog geweest met vele veldslagen, er zijn nogal wat bommen ontploft. De scherven hebben een blijvende kras op mijn ziel achtergelaten, zoals PTSS. Het zijn krassen die paniekaanvallen en depressie veroorzaken, ze maken me bang. Ik kijk daardoor anders naar de wereld, er bestaat een onderwereld die een nachtmerrie-veroorzakende duisternis kent. Een duisternis waardoor het goede volledig verdwenen is en mensen elkaar de meest verschrikkelijke dingen aandoen. In mijn werk bij de open- en gesloten jeugdzorg heb ik ook meer dan genoeg gezien.

De scherven hebben ook veroorzaakt dat ik mijn voelsprieten nog sterker ontwikkeld heb. Het heeft de blik waarmee ik naar mensen kijk verscherpt, waardoor ik sneller dingen in een ander herken. Het is een ‘weten’, iets wat je niet ‘uit een boekje’ kunt leren. Dat gebruik ik in mijn werk, samen met die filosofische en onderzoekende geest. De documentaire ‘Papa is melk halen’ is het voorbeeld van een scherf die gaat over een lang vervlogen tijd en wat daar de gevolgen van zijn. Het intrigeert me, waarom mensen zijn zoals ze zijn en hoe het komt dat ze soms ‘onmenselijke’ dingen doen. Ook deze mensen wil ik een stem geven in mijn werk, niet alleen de slachtoffers van deze onderwereld, zoals ik. Het goede in de mens, het kwade in de mens.

Vraag acht: hoe wil je zijn als je oud bent?

Versloomd. Vertraagd. In rust met mijn geest. In contact staan met mijn lichaam. Tijd doorbrengen met de mensen van wie ik houd. Ik wil dan álles weten over de vogels die rondvliegen in de tuin. En dan hoop ik moeder te zijn, én dat ik het boek heb geschreven dat hoog op mijn prioriteitenlijstje staat.

Vraag negen: welk verlangen is mooier dan de werkelijkheid?

Het verlangen dat de mens niet afgestompt raakt door het leven, wat in werkelijkheid vaak gebeurt. Het is bijzonder knap als mensen die veel hebben meegemaakt, toch een warm hart dragen en gevoelig blijven. Begrijpelijk hoor, dat je hard en verbitterd raakt en een muurtje om jezelf heen bouwt als je veel narigheid ervaart. Dat je dan een nors, boos of bang mens wordt. En toch, ook al word je keer op keer in de maling genomen door het leven zelf, het is veel krachtiger om de deur naar de wereld open te blijven zetten. Om te blijven lachen om jezelf, om het leven met een flinke korrel zout te nemen. Net zoals jij in je blogs doet, door in dat intense en zware leven dat je hebt met ziek-zijn en alles eromheen, de kabouters op te voeren en te lachen om je eigen capriolen. Ik zal ondanks alles altijd blijven verlangen dat de mensheid ten goede keert. 

Vraag tien: waarmee verrijk je de wereld?

Ik leef vanuit mijn hart en zet me in voor mijn medemens. Ik probeer iemand niet af te rekenen op zijn daden en blijf altijd groter te kijken. Soms lijkt het alsof we een ‘wegkijkmaatschappij’  zijn geworden.Als je oog houdt voor het feit dat iemand die bijvoorbeeld een pedofiele of hyperseksuele stoornis heeft óók een mens is dat worstelt – en misschien verdriet heeft hierover -, dan is zo iemand niet louter en alleen een verschrikking. Ellende komt vaak voort uit ellende. Dit zie je bij daders. Veel daders komen zelf ook ergens vandaan, vanuit een leven van geweld en misbruik, mishandeling of verwaarlozing. We hebben als maatschappij al besloten wat we veroordelen. Wat volkomen logisch is, maar hierdoor is uitreiken naar hulp als je met bepaalde gedachten loopt ingewikkeld. Ik hoop de wereld te verrijken door te blijven kijken naar de mens achter de mens. Dat ik de eerdergenoemde 36.000 manieren waarop mijn scherven zijn ingeslagen niet alleen gebruik om mijn stem te laten horen in de documentaires of series die ik wil maken over dit soort onderwerpen. Ik hoop hiermee ook mijn medemens te inspireren om op een iets mildere en minder veroordelende manier naar de ander te kijken. 

Vraag elf: wat is je grootste angst?

In mijn gedachten spelen talloze zaken, ontstaan vanuit situaties uit mijn verre verleden naar een zoveelste versie van de toekomst. ‘Stel dat mijn werk ophoudt, dan heb ik altijd deze drie banen nog.’ Of: ‘Ik ben zo blij met de nieuwe kledingkast in ons huis. Maar wie krijgt die kast als we uit elkaar gaan?’ En: ‘Als ik verhuis naar een andere stad, vergeten mijn vrienden hier me dan?’ Ik ben voortdurend alle facetten van mijn bestaan aan het analyseren. Het is niet zozeer dat ik me niet ergens aan kan hechten, dat doe ik wel degelijk. Ik heb moeite met de eindigheid der dingen. Onvoorwaardelijkheid is een begrip dat nog niet verankerd zit in mijn gevoel. Wat ik écht beangstigende vind, is een ziekte als Alzheimer. Als ik dat krijg, geef me dan maar snel een spuitje. Zo’n aandoening die het karakter verandert, je herinneringen laat vervagen en je identiteit steelt? Dan heb je het niet meer over de eindigheid der dingen. Dan houdt de zin van het leven op.

Vraag twaalf: als je een vraag aan God mocht stellen, welke zou dat zijn?

Wat is Jouw beeld van God en de mens, hoe zie Jij religie voor je? Dat ik theologie boeiend vind, is bekend. Tegelijkertijd ben ik een stuk stelliger geworden en vraag ik me af of er daadwerkelijk maar één God bestaat. Zeker als je ziet dat er wereldwijd duizenden goden zijn en dat het godsbeeld vaak gevormd wordt door de geografische context waarin iemand opgroeit.

Twaalf korte vragen

01: Wat is de mooiste naam? 

Die is strikt geheim, ik heb namelijk een kindernaamlijstje dat ik heilig bewaak. Maar mijn bijnaam, ’Mand’ heb ik altijd erg leuk gevonden. 

02: Wat is je lievelingsgeur?

Vanille of appel kaneel. Ben niet zo van de parfum.

03: Welk tijdperk heeft je interesse?

Dat vind ik een moeilijke keuze. Ik denk dat ik ieder tijdperk interessant vind, voornamelijk gezien vanuit een theologisch of filosofisch perspectief. 

04: Wie is de grootste cinematograaf ooit?

Ik heb niet één vast iemand die ik volg, ik wil ook niemand te veel idealiseren. Ik probeer wekelijks naar het filmhuis te gaan en hierbij niet op een regisseur te letten. Daardoor houd je je ogen open voor verschillende makers. Mensen die zo groot zijn hebben soms juist minder te vertellen.

05: Welk spel is het allerleukst?

Weerwolven is mijn allerlievelingsspel!

06: Met welke app breng jij de meeste tijd door?

Pinterest geeft me mega veel inspiratie, ik wil me ook al langere tijd verdiepen in Substack.

07: Welk woord bekoort je?

Epibreren is absoluut favoriet. En nog een ander woord, maar dat houd ik geheim, dit wordt de titel van mijn eerste boek namelijk.

08: Wat is de beste feestdag?

Koningsdag. Ik ben anti-monarchie, maar gek op de vlooienmarkt. Het is echt een traditie met mijn vrienden. 

09: Van welke vogel houd je het meest?

Heel lang geleden heb ik samen met mijn vader een duif gestolen. Hoe je dat doet, een duif stelen? Gewoon, oppakken op straat. Maandenlang kwam die duif dagelijks langs, het was net alsof ik een huisdier had, zo gehecht was ik aan de vogel. Alleen poepte het beestje de hele tuin onder, tot groot ongenoegen van mijn ouders. Op een dag heeft mijn vader de duif in de auto gezet en weggebracht naar Duitsland. Dag duif. Ik was ontroostbaar en heb tranen met tuiten gehuild, zo verschrikkelijk vond ik dit. Als herinnering heb ik Dikke Dollie, de wijze duif uit het boek Pluk van de Petteflet op mijn arm laten tatoeëren. Zo blijf ik de mooie herinnering aan die tijd herdenken.

10: wat is je favoriete getal?

Dertien. Ik ben op 13 december geboren en vaak jarig op vrijdag de 13e. Ook werd ik in mijn 13e levensjaar zowel mega verliefd als mega depressief. Dit laat aan mij de dualiteit van het leven zien.

11: Welk element past het beste bij jou: vuur water aarde lucht ether?

Eerlijk? Geen idee wat bij mij hoort. Een vriendin zei weleens dat ik ‘lucht’ ben, omdat ik dingen van een afstand bekijk en van de hak op de tak kan gaan. 

12: In welke boom klim jij het liefst?

De ‘standaard’ bomen in het bos. Als het slecht met me gaat, ga ik alleen wandelen door de natuur en geven bomen mij veel rust. Ik raak ze aan, en het idee dat ze langer op aarde blijven dan ik geeft mij lucht en relativeert. Ik ben maar een klein poppetje op deze aardbol. Ik heb twee jaar geleden voor het eerst psychedelische truffels genomen met een kleine groep vrienden. Dit heeft me nog meer verbinding met de natuur gegeven. Sindsdien kan ik echt mijn toevlucht vinden in buiten zijn. 

3 Comments

  1. Wat een kracht en kwetsbaarheid tegelijk. Mandy’s verhaal raakt door haar eerlijkheid en haar keuze om zacht te blijven, ondanks alles. Haar woorden nodigen uit tot mildheid, naar jezelf en naar anderen. Stilmakend, menselijk en hoopvol❤️

Laat een antwoord achter aan Francois Kornips Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *