Vraag een: wat zie je als je in de spiegel kijkt?
Iemand die steeds grijzer wordt. Ik zie nog wel sporen van hoe ik er vroeger uitzag hoor, een glimp van iets jongensachtigs. Met de tijd, met de jaren groeit de ervaring, zeker in mijn vak. De opeenstapeling van kennis en dat wat je hebt meegemaakt maakt je wijzer. Geeft meer evenwicht. Grijzer én wijzer dus.
Vraag twee: welke eigenschappen waardeer je bij je vrienden?
Integriteit en eerlijkheid. Ook vind ik het prettig als iemand direct is. En ik houd van openheid, en spontaniteit.
Vraag drie: voor welke tekortkoming van een man heb je geen enkele tolerantie?
Voor onbeschoftheid, platvloersheid. Vrouwonvriendelijkheid. En met narcisme, dus iemand die zich niet kan verplaatsen in de ander, heb ik grote moeite.
Vraag vier: wat zie je als je grootste prestatie?
Op werkgebied? In de afgelopen zes jaar is de samenstelling van het college totaal veranderd, er zijn drie partijen ingeruild voor geheel andere partijen. De saamhorigheid in de gemeente is zoveel beter geworden, dat heb ik samen met mijn collega’s voor elkaar gekregen. Weet je, ik ben niet het type burgemeester dat zegt: ‘ik ben de baas.’ Een burgemeester staat boven de partijen en is politiek neutraal. Wat mij typeert is dat ik in staat ben om mensen in hun eigen recht te laten komen. Ik zorg er op een evenwichtige manier voor dat er sprake is van een zo goed mogelijk bestuur. Het is misschien wel mijn grootste prestatie dat ik elke dag mijn best doe voor de gemeente, voor de samenleving. Voor de mensen.
In mijn privé-leven heb ik ook moeilijkheden gekend. Mijn eerste vrouw is overleden in 2010, we woonden toen in de vorige gemeente, in Zwijndrecht. Toen ze overleed bleef ik alleen achter met onze twee kinderen, een jongen van veertien en een meisje van tien. Meral, mijn huidige vrouw had ook een dochter van veertien jaar. Toen we bij elkaar kwamen, werden we een samengesteld gezin. Voor kinderen die hun moeder hebben verloren, is dat ingewikkeld. Dat de kinderen goed terecht zijn gekomen, door alle moeilijkheden heen, is een grootse prestatie. Van hun natuurlijk, niet van mij. Tenslotte hebben ze dat helemaal zelf gedaan.
Vraag vijf: wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Na het overlijden van mijn moeder, nu drie jaar geleden. Het was een heel stil moment. Ze had de leeftijd van 91 jaar bereikt, ze was op. Haar eigen ouders zijn overleden toen ze nog relatief jong waren, ik ben intens dankbaar voor alle jaren van haar leven.
Vraag zes: op wie lijk je het meest?
Ik lijk op alle twee mijn ouders. Mijn moeder was nogal strabant, dat is een Nedersaksisch dialectwoord voor direct, vasthoudend. Voorbeeld? Waar ze ook was, om zeven uur in de avond moesten de gordijnen dicht, ook al was het nog licht buiten. Mijn vader is rustiger, van hem heb ik het evenwicht, waardoor ik een goede crisismanager ben.
Vraag zeven: wat is de grootste stap in je leven geweest?
Het bijzondere aan deze vraag is dat je je dit pas veel later realiseert, wat de grootste stap is geweest. In mijn geval was dat het politiek actief worden op de middelbare school, bij de JOVD, de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie van de VVD. Ik werd al snel gevraagd voor het hoofdbestuur in Amsterdam, en dat heeft mijn hele leven wel bepaald. Ik ben opgegroeid in de tijd van de polarisatie, de tijd van Den Uyl en Wiegel, de tijd dat je wist wat links was, wat rechts was. Er was nog een muur dwars door Europa, dat kun je je nu haast niet meer voorstellen. Het zat er al jong in dus, de keuze voor politiek. Het is nooit in me opgekomen, het idee om ‘later als ik groot ben’ burgemeester te worden, het is spelenderwijs gegaan. Misschien ben ik wel een zondagskind.
Anekdote: Ik was net nieuw in de gemeenteraad,in het Biblebelt gebied waar ik het eerder over had. Het was nog in de tijd dat de raadsvergadering werd afgesloten met een rondvraag. Blijkbaar waren er illegale posters geplakt voor de Eroticabeurs, die was zowel in Dordrecht als in Rotterdam. De opwinding was groot bij de raadsheren, en wat een schande voor de gereformeerde gemeenschap dat er dergelijke verderfelijke posters hingen! Er ontstond een verhitte discussie over hoe al die posters verwijderd zouden moeten worden. Tijdens die discussie zei ik: ‘ Waarom zou je de moeite doen om die posters te verwijderen? Want of je nu linksaf gaat, of rechtsaf, je komt dus altijd wel bij een eroticabeurs terecht. Dan moet daar wel een enórme doelgroep voor zijn hier.’ Ze waren in een keer stil, er werd niets meer gezegd. Einde rondvraag.
Vraag acht: waar erger je je aan?
Dat sommige dingen verzanden in een vorm van stroperigheid en niet snel opgelost worden. Neem bijvoorbeeld de situatie van overlast van zwervers in de binnenstad van Venlo. Daar praat ik over met mensen die er iets aan kunnen doen, zoals de politie. Die hebben te weinig capaciteit, net zoals de hele justitiële keten. Je kunt iemand niet zomaar vastzetten, terwijl een zwerver voor heel veel overlast zorgt. Als die al een bekeuring krijgt helpt dat niet, deze mensen hebben vaak niets meer te verliezen. Je moet heel veel aan bureaucratie doen, echt veel werk is dat, en de strafbare feiten stapelen zich op. Bij het ministerie is te weinig capaciteit, de rechtbank zit overvol. Uiteindelijk zie je dat de mensen die er last van hebben niet geholpen worden omdat het systeem niet meewerkt. Dat irriteert me mateloos. Ook zie je dat het beleid uit Den Haag zich niet altijd goed laat vertalen naar de praktijk van alledag. We hebben dan ook nog steeds last van eerdere bezuinigingen op de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie.
Ik kan me voorstellen dat mensen niet altijd zien waar ik mee bezig ben, dat ze vinden dat er te weinig gebeurt. Toch is het zo dat ik aan de achterkant heel veel doe. Ik ben me zéér bewust van de positie die ik heb, omdat ik de bevoegdheid heb om dingen voor elkaar te krijgen. Als ik dan zie dat mensen echt last hebben van een bepaalde situatie, dan probeer ik in te grijpen. En ik geef toe, het lukt echt niet altijd. Zo heb ik me wel eens bemoeid met ernstige woningoverlast. Dan zoek je een juridische grens op om toch iemand uit huis te halen. Ik houd mezelf ook de spiegel voor: ik kan hier wonen in een prachtig huis in Velden, maar hoe zou ik het vinden om naast iemand te wonen die je woongenot ernstig aantast?
Vraag negen: wat doe je het allerliefst?
Ik lees veel, momenteel ben ik bezig in een mooi boek over de DDR. Ook werk ik graag in de tuin, dat is heel ontspannend. Mijn vrouw en ik wandelen graag, vooral in deze prachtige omgeving. Stedentrips: ook leuk. Deze zomervakantie zijn we in Oost-Turkije geweest, in een gebied dat we nooit eerder hadden bezocht. Het was heel warm, de teller tikte 44 graden aan. Er was geen zee te bekennen, en toen we wél in de buurt van de zee waren, hebben we maar één keer gezwommen. We zijn geen mensen om een week aan het strand te zitten, we doen liever dingen. Ik kan gelukkig goed afschakelen en het werk op het werk laten, hoe heftig het soms ook is wat ik meemaak. Ik slaap goed, altijd. Voor mijn vrouw is dat anders. Als politievrouw ziet ze overal spoken.
Vraag tien: wat is de beste plek om te wonen?
Hier, in de gemeente Venlo. Ik heb vrienden die al jong zijn gestopt met werken en ze konden overal op de wereld gaan wonen. Toch zeggen ze dat Nederland de beste plek is om te wonen, qua voorzieningen en alles eromheen. Stel dat ik met pensioen ben, dan zou ik best in het voorjaar of in de herfst een maand in het buitenland willen vertoeven. Ik zou nooit permanent willen vertrekken uit Nederland. Familie, vrienden en kennissen, ze zijn me te dierbaar. De beste plek om te wonen is Nederland.
Memorabel moment tijdens interview: Luca: ‘Wat is je favoriete element: vuur, water, aarde, lucht of ether?’ Antoin: ‘Vuur!’ (Iets later) Antoin: ‘Waarom knik jij, Luca, dacht je dat al?’ Luca: ‘Klopt, dat dacht ik.’ Antoin (met vergenoegde blik in zijn ogen): ‘Lekker fikkie stoken in het tuinhuis.’
Vraag elf: wat is de grootste fout die je ooit heb gemaakt?
Dat ik rechten ben gaan studeren. Ik had eigenlijk moeten kiezen voor geschiedenis, een vak dat ik uitermate boeiend vind. De studie rechten heb ik niet afgemaakt, zoals zovelen in de jaren tachtig die hun studie niet afmaakten. Of het me belemmerd heeft in mijn carrière, dat ik deze studie niet heb afgemaakt? Niet echt. Ik ben precies op de plekken gekomen waar ik wilde zijn. De voormalige burgemeester van Deventer zei ooit tegen me: ‘Je bent al zolang raadslid en wethouder. De ervaring die je hebt opgedaan binnen het openbaar bestuur compenseren een niet- afgeronde rechtenstudie.’
Vraag twaalf: als je een vraag aan God zou mogen stellen, welke zou dat zijn?
Om te beginnen: ik beschouw mezelf als agnost. Ik twijfel aan het bestaan van God en het hiernamaals. Ik ben van huis uit Rooms-Katholiek en later in de Biblebelt terechtgekomen. Ik was de eerste niet-protestante burgemeester in een zwaar gereformeerde gemeente: Zwijndrecht. Ik verdiepte me in de materie, er zijn talrijke verschillen tussen de ene stroming en de andere. Schisma’s, scheuringen, je zult het nooit helemaal begrijpen. Ik had belangstelling voor de mensen, voor hun geloof. Ik stilde mijn nieuwsgierigheid, had er verder geen uitgesproken mening over. Ik zou nooit zoiets zeggen als: ‘Dit deugt niet,’ of ‘wat raar.’ Integendeel, ik heb er veel respect voor gekregen. Zo werkte ik samen met een secretaris die zich hield aan de normen en waarden van de Gereformeerde Gemeente. Geen televisie thuis. Zondag een absolute rustdag. Een echtgenote die geen broek mocht dragen. En natuurlijk op zondag twee keer naar de kerk. Alle psalmen en bijbelteksten kwamen voorbij en weet je? Het was fantastisch. Ik heb er vrienden voor het leven aan overgehouden.
Terug naar je vraag. Ik zou aan een Alwetendheid nooit een gevaarlijke vraag stellen zoals: ‘Wanneer is het einde van de wereld, wanneer valt de bom?’ Nee. Ik zou het niet willen weten. Er is maar één ding dat ik misschien zou willen weten: hoe gaat het met mijn overleden echtgenote?
Het antwoord op de vraag aan een Alwetendheid hoe het met haar gaat zal ik nooit beantwoord krijgen. Maar hier gaat het goed. We zijn gelukkig. Ik heb op veel plekken gewoond, in drie provincies een deel van mijn leven doorgebracht. Ik heb een leuke tijd in de Randstad gehad, maar dit is toch een hele fijne omgeving om te wonen, te werken en te leven. Mijn zoon zei altijd dat hij terug naar Deventer zou gaan. Tijdens zijn studietijd is hij bij opa gaan wonen, de jongen kreeg heimwee. Truuk nao Venlo. Ik heb nog een ambtstermijn als burgemeester voor de boeg, we hebben besloten om na mijn pensioen hier te blijven wonen. Ik ben hier gelukkig.
Twaalf korte vragen Wie is jouw geheime fantasieheld? Rutger Hauer in zijn rol als Floris de ridder. In zwart-wit was dat nog in die tijd. Naar welke muziek luister je graag? De Matthäus-Passion, het oratium van Johan Sebastian Bach is absoluut favoriet. Ik mag graag naar klassieke muziek luisteren, en naar jazzmuziek uit de jaren dertig. Wat is de beste film? Oppenheimer van Christopher Nolan. Hoewel ik ook kan genieten van James Bond. Wie is je favoriete schilder? Evert Thielen Welk boek heeft veel indruk gemaakt? Het boek van Hans Max Hirschfeld: ‘Herinneringen uit de bezettingstijd.’ Momenteel lees ik ‘Achter de muur’ van Katja Hoyer, dat gaat over Oost-Duitsland in de periode tussen 1949-1990. Ook zeer indrukwekkend. Welke filosoof volg je? Een levende! Frans Geraerdts komt oorspronkelijk uit Heerlen. Ik heb regelmatig met hem te maken omdat hij adviseert over de ontwikkeling van het gemeentelijke integriteitsbeleid. Hij probeert ons op een andere manier te laten denken over wat fout is en niet fout is. De man is al meer dan vijftien jaar bezig voor de stad Lviv in de Oekraïne. Hij adviseert de Nederlandse regering, een zeer inspirerend mens. Ik hang aan zijn lippen als ik hem bij ons heb. Wat is de mooiste kleur? Blauw Wat is je lievelingsgetal? Zeven Welk citaat past bij jou? ‘Geen evenwicht, dat soms niet even zwicht, en compenseert wat louter macht niet keert.’ Deze spreuk kun je vinden op het plafond van de Raadszaal in het Deventer stadhuis. Daar heb ik jaren naar zitten turen en daar ben ik begonnen in het openbaar bestuur. Ook Zwijndrecht heeft een prachtige spreuk in de Oude Raadzaal: ‘Geen vreze, maar kloekmoedigheid, bepaalt de maat voor uw beleid.’ Wat is de fijnste dag van de week? Vrijdag, het begin van het weekend. Welk element kies je: vuur, water, aarde, lucht of ether? Vuur.Lekker fikkie stoken in het tuinhuis. Wat is het allerlekkerste eten van de hele wereld? De speciale nasi van mijn vrouw Meral
Lieve Luca.
Zoals altijd weer mooi neergezet. Jij hebt een fijne manier om een verhaal levendig te maken waardoor het bij mij naar binnen komt. 😘
Wat een mooi interview met deze zeer boeiende burgemeester! Deze man lijkt mij iemand die buiten de lijntjes durft te kleuren en dat kan ik alleen maar waarderen. Ben benieuwd naar de psychiatrische zorg in Venlo en zijn rol hierin. In elk geval nog gecondoleerd met zijn eerste vrouw en bedankt voor het boeiend stuk Luca!
wat een mooi en bijzonder interview. Het pakte mij wat jij geschreven hebt, tijd bleef even stil staan.
Het meest bijzondere interview met onze burgervader Antoin Scholten hier te lezen!
Verhalen van Luca raken iedere keer weer!
Wat kun jij vermakelijk en beeldend schrijven, Luca! Heel leuk om te lezen!
Wat een mooi stuk over onze “burgervader”. Bedankt !
Wat een mooi stuk over onze “burgervader”. Bedankt !
Een luchtig en subtiel diepgaand interview.
Dankjewel.